Leerlijnen voor natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE)

De NDE-gids is gebaseerd op onze nieuwe leerlijnen voor NDE. Met deze leerlijnen ondersteunen we basisscholen bij het aanbieden van onderwijs over natuur, duurzaamheid en ecologisch burgerschap.
De leerlijnen sluiten aan bij het beleid van de gemeente Amsterdam en zijn ontwikkeld voor alle groepen in het primair onderwijs van groep 1 tot en met groep 8.
Wat is ecologisch Burgerschap
Amsterdam wil dat leerlingen leren zorgen voor de natuur, dieren, hun omgeving en elkaar. Dit noemen we ecologisch burgerschap. Leerlingen ontdekken hoe zij kunnen bijdragen aan een duurzame en gezonde samenleving, nu en in de toekomst.
Aansluiten bij kerndoelen
De leerlijnen sluiten aan bij de kerndoelen voor het primair onderwijs, waaronder:
- Burgerschap (kerndoel 21B)
- Mens en Natuur
- Mens en Maatschappij.
Binnen het NDE aanbod besteden we bewust aandacht aan deze kerndoelen, zodat scholen duurzaamheidseducatie goed kunne verbinden met hun onderwijsprogramma.
Leren én doen
Ecologisch burgerschap gaat niet alleen over kennis opdoen, maar vooral ook over actief handelen. Daarom werken we vanuit competenties voor duurzaam gedrag. Zo leren zij stap voor stap hoe zij zelf duurzame keuzes kunnen maken.
Zeven Competenties in NDE
Onze lessen zijn opgebouwd rond zeven competenties.
- Kennis
Leerlingen krijgen inzicht in belangrijke concepten zoals biodiversiteit, kringlopen, energie en klimaat. Ze leren hoe deze thema’s met elkaar samenhangen en wat hun eigen rol hierin is. - Inzichten
Leerlingen ontdekken hoe systemen in de natuur en samenleving werken. Ze leren verbanden te leggen, zoals de impact van menselijk gedrag op ecosystemen, en begrijpen de gevolgen van keuzes. - Vaardigheden
Van observeren en onderzoeken tot samenwerken en oplossingen bedenken: leerlingen ontwikkelen praktische en intellectuele vaardigheden die nodig zijn om duurzaam te handelen. - Keuzes maken
Leerlingen leren bewuste keuzes te maken door belangen af te wegen en gevolgen te overzien. Ze ontdekken hoe hun keuzes bijdragen aan een duurzame toekomst. - Waardenontwikkeling
Leerlingen ontwikkelen respect en waardering voor de natuur, hun omgeving en elkaar. Ze leren wat zij belangrijk vinden en hoe dit hun gedrag kan sturen. - Vaardigheden
Van observeren en onderzoeken tot samenwerken en oplossingen bedenken: leerlingen ontwikkelen praktische en intellectuele vaardigheden die nodig zijn om duurzaam te handelen. - Handelingsperspectief
Leerlingen ontdekken wat zij zelf kunnen doen om verschil te maken. Ze leren niet alleen waarom duurzaam handelen belangrijk is, maar ook hoe ze dit in de praktijk kunnen brengen.


